De invloed van invultijdstip op de uitval bij online enquêtes

oktober 13th, 2010 by Dana No comments »

Wanneer een enquête wordt afgenomen, is het de bedoeling zo veel mogelijk bruikbare informatie te verzamelen. Om kosten en tijd te besparen is het belangrijk dat de respondent de enquête ook afmaakt. ISIZ heeft onderzoek gedaan naar wanneer een online enquête het best kan worden ingevuld. Hierbij is bekeken op welk tijdstip en op welke dag de uitval bij een online enquête het hoogst en het laagst is.

Ons 24-uursritme zorgt ervoor dat we overdag het best kunnen presteren, ons hele lichaam is klaar voor activiteit. Dit begint ’s ochtends vroeg en zwakt af gedurende de dag. De meeste werktijden zijn op dit ritme aangepast; een werkdag begint daarom vaak rond 9 uur ’s ochtends. Rond deze tijd is er veel motivatie, concentratie en doorzettingsvermogen. Dit resulteert in lage uitval op de enquêtes.
’s Avonds wordt het lichaam klaargemaakt voor de nacht; het slaaphormoon wordt aangemaakt en het concentratievermogen daalt. De enquête wordt dan vaker afgebroken. Dit blijkt uit de onderzoeksresultaten: ’s ochtends tussen 9.00 en 10.00 uur worden de meeste enquêtes afgemaakt en vanaf 23.00 tot 7.00 uur ’s nachts is de uitval het hoogst.

Percentage uitval per uur, gebaseerd op 527 enquetes, ingevuld door 500.000 respondenten.

Ook tussen 16.00 en 18.00 uur is er een daling in het aantal afgemaakte enquêtes. Dit is te verklaren door de sociale omgeving. Wanneer de sociale omgeving het signaal afgeeft dat de (werk)dag voorbij is en er niet meer gepresteerd hoeft te worden, zullen de mensen daaromheen dit gevoel gaan delen. Door dit gevoel neemt het concentratievermogen af en wordt de kans op uitval groter.

De dag waarop een enquête wordt ingevuld heeft ook invloed op de uitval. Op donderdag en vrijdag is de uitval het laagst, terwijl deze in het weekend juist het hoogst is.

Wanneer je dus de beste resultaten wil behalen, zal je enquête moeten worden ingevuld op donderdag of vrijdag ochtend, rond een uur of 9.

Lees het hele onderzoeksverslag hier

Excel hemel

juli 14th, 2010 by Mark No comments »

Ik hou ervan om naast SPSS van alles te maken in Excel. Een dashboard kan me niet gek genoeg zijn en ik ben altijd op zoek naar inspiratie. De site van Chandoo is voor mij dan ook een echte Excel-hemel. De site wordt onderhouden door Purna Duggiralar.

Er staan vele dashboards op die vrij te gebruiken zijn en daarna zelf te bewerken zijn. Een voorbeeld is een goed dashboard om KPI’s te meten.   Ook staat er van iedere mogelijk denkbare chart wel een voorbeelden kun je iedere formule vinden die je nodig hebt.

Kortom ik zeg voeg deze site meteen toe aan je favorieten!

Online Segmentatie providers

juli 7th, 2010 by Wiggert No comments »

Graag wil ik de volgende website met je delen: klout.com. Deze website stelt de bezoeker in staat om een uitgebreid profiel op te vragen van een Twitter gebruiker. Door slim publiek beschikbare informatie te combineren wordt krijg je snel een beeld van een bepaalde gebruiker. Zo wordt duidelijk wat iemand zijn potentiële bereik is, maar ook wat voor type persoon iemand is.
Het potentiele bereik wordt vastgesteld door een uitgebreide te maken wie iemand zijn volgers, hoe actief deze zijn en wat hun mention en retweet gedrag is. Misschien nog wel interessanter is de Klout Classification. Hierbij wordt een persoon

ingedeeld in een van de 16 segmenten. Bijvoorbeeld: netwerker, verkenner, deler of smaakmaker.
Naast dat Klout een aardige manier heeft om een profiel te maken en dat online beschikbaar te stellen is vooral de API interessant.Deze technische interface maakt het voor derden mogelijk om profielen geautomatiseerd op te vragen. Populaire twitterprogramma’s als Hootsuite en CO-Tweet maken al gebruik van deze dienst om binnen hun programma informatie over Twitter gebruikers te tonen. Deze twee programma’s worden veel ingezet voor webcare, waarbij de invloed van de te helpen persoon zeer relevant kan zijn.
Wat kan een onderzoeker er mee?
Al hoewel Klout zijn beperkingen heeft (je zou ook graag de invloed van iemand op Facebook, Hyves en weblogs willen meten) biedt het wel mogelijkheden voor onderzoekers. Zo kan je van je panelleden van je (klant)panel het twitteradres kunnen uitvragen. De ervaring met verschillende panels leert dat twitteraars graag hun twitteradres delen. Vervolgens krijg je een goed beeld van je panelleden (op twitter dan). Dit is vooral erg handig als je vanuit theorieën als de superpromotor denkt.

Nieuw businessmodel?
Deze API techniek biedt ook kansen voor bureaus met een eigen segmentatie model. De bekendste is natuurlijk Motivaction met haar mentality, maar ook talloze andere bureaus hebben hun eigen variant gemaakt. De rekenregels om tot een bepaald profiel te komen is natuurlijk het geheim van de smid. Maar is doormiddel van een API geheel af te schermen. De benodigde data gaat erin, en het profiel rolt er vanzelf uit. Op die manier kan je segmentatie methode worden geïntegreerd in panels en onderzoeken van derden. Goed voor de bekendheid. En afrekenen doe je heel simpel. Per berekening.

De mythe van de onderzoekscommunity

juni 17th, 2010 by Paul 1 comment »

Steeds vaker hoor ik marktonderzoekers praten over het gouden ei van marktonderzoek 2.0: de onderzoekscommunitie. Een soort virtueel onderzoekswalhalla waar je de kwali, kwanti en alles daar tussen kan los laten op je communityleden. De theorie; als onderzoeker stel je geen vragen meer, maar de antwoorden filter je gewoon uit de passionele discussies binnen de community.

Ok.. voordat de discussie begint moet je nog even als moderator  een topic aan over de nieuwe viskroketten van merk x aanmaken. Een openingspost schrijven en een mailtje sturen naar de communityleden om ze te laten weten dat er een nieuw topic is geopend. Maar daarna zullen de leden jouw topic overspoelen met hun ongezouten mening over viskroketten. Daarnaast kunnen de leden foto’s en filmpjes uploaden van hun vriezer zodat je ook nog eens goed beeld krijgt van andere producten die de kroketjes vergezellen.
» Lees verder: De mythe van de onderzoekscommunity

5 kansen voor webenquetes met HTML5!

juni 9th, 2010 by Wiggert No comments »

HTML5 is de nieuwe webstandaard in wording. Het is de opvolger van de inmiddels 13 jaar oude standaard HTML4. Deze standaarden schrijven voor hoe een webbrowser de HTML weer moet geven.

Alhoewel HTML5 nog geen officiële standaard is wordt de voorlopige versie al door veel recente versies van webbrowsers ondersteund: De laatste versies van Google Chrome, FireFox, Safari en Opera ondersteunen allemaal in meer of mindere mate nieuwe functionaliteiten van de nieuwe standaard. Microsoft claimt dat de nieuwe versie van Internet Explorer (IE9) HTML5 al helemaal ondersteunt.

Wat zijn de 5 belangrijkste kansen voor webenquetes?

1. User interface

Er zijn talloze nieuwe mogelijkheden om tekst en plaatjes beter op te kunnen maken. Zo is het bijvoorbeeld veel eenvoudiger geworden om sleepvragen te maken. Had je daar in HTML4 nog allerlei code bibliotheken voor nodig, in HTML5 is het in een paar regels code geregeld.

2. Geo locatie

Mede geïnitieerd door de opkomst van mobiele webbrowsers is er een functie ingebouwd waarmee de webenquete weet waar deze wordt ingevuld. Door locatiegegevens van GPS, WiFi en IP adressen te gebruiken kan vaak zeer nauwkeurig bepaald worden waar de gebruiker zich bevind. Hiervoor dient de respondent overigens wel eerst toestemming voor te geven.

3. Local storage
Local storage biedt de webenquete de mogelijkheid om informatie lokaal op te slaan. In theorie is het hierdoor mogelijk om een vragenlijst te bouwen die geheel ingevuld kan worden zonder dat er tijdens het invullen van de vragenlijst een internetverbinding nodig is. Ook kan het lokaal opslaan van informatie de snelheid van de survey ten goede komen.

4. Input types
De standaard invoervelden die we nu met vragenlijsten kennen zijn:

  • Tekst regel
  • Tekst veld
  • Keuze rondjes
  • Aanvink vakjes
  • Lijst

Andere typen invoervelden zoals een schuifbalk moeten op maat gemaakt worden en werken niet standaard zomaar met elke browser.

De schuifbalk is een van de invoervelden die standaard is in HTML 5. Een groot aantal andere typen velden staan nog op stapel: datum/tijd, telefoonnummer, email adres, kleurkeuze, etc.

5. Filmpjes, audio en beeld

Wordt tegenwoordig bijna altijd een flash component gebruikt om filmpjes of audio te tonen, met HTML5 wordt een audio/video speler automatisch ondersteund. Daarnaast is het mogelijk om objecten in 3d te bekijken zonder dat daar extra componenten voor nodig zijn.

Wanneer kunnen we deze technologie gebruiken?
Dat is nog even afwachten. Zolang de groep gebruikers die HTML5 ondersteunt niet groot genoeg is om goed onderzoek te kunnen doen zal er voor gekozen worden om de vragenlijst niet afhankelijk te laten zijn van HTML5. Het zal afhangen of belangrijke sites op deze technologie gaan bouwen. Dat is voor veel mensen een drijfveer om over te stappen.

Voor meer informatie over HTML5 zijn de volgende links interessant:
apirocks.com/html5/html5.html
www.apple.com/html5/
media.focus.com/images/uploaded/fyi/wtf-html5-infographic/HTML5__.jpg

Onderzoeken met Youtube: is het wat?

juni 4th, 2010 by Mark No comments »

Youtube heeft afgelopen week een nieuwe functionaliteit gelanceerd waarmee bedrijfonderzoekers online discussies kunnen starten binnen hun eigen kanaal.
De ‘Moderator add-on’ maakt het voor kanalen mogelijk vragen naar hun kijkers te sturen en deze te laten beantwoorden op Youtube. De antwoorden kunnen vervolgens worden beoordeeld zodat er een rangschikking ontstaat van de meest populaire antwoorden. Om er iets aan te kunnen hebben als bedrijf dien je voldoende bereik te hebben via je kanaal op Youtube. Anders kom je niet tot een redelijke respons. Het lijkt vooral geschikt voor mediabedrijven of populaire merken met een grote aanhang om kijkers van hun videofragmenten een mening te vragen.

Per kanaal kun je één vraag tegelijkertijd stellen aan je kijkers. Je kan zelf kiezen of je wilt dat mensen anoniem antwoord kunnen geven op je vraag of niet. Als moderator kun je reageren op de antwoorden die worden ingestuurd. Youtube heeft in verleden al zelf een aantal testen meegedraaid. Zo zijn vragen voor een interview met Obama verzameld en is het ook tijdens het Wereld Economie forum toegepast.
Youtube heeft een handige stap voor stap handleiding waarmee je zelf aan de slag kunt. Ben benieuwd of mensen het al hebben toegepast en wat jullie eerste reacties zijn?